Precies op tijd verscheen in voorjaar 2025 de Snelstartgids Circulaire Meubels van Rick Porcelijn, voorzien van vele illustraties en berekeningen. Want met ingang van het schooljaar 2025-2026 is circulair en duurzaam werken opgenomen in de vernieuwde eindtermen voor het vmbo-profiel Bouwen Wonen en Interieur. Hoe kun je handen en voeten geven aan deze complexe begrippen in de lessen voor interieurbouw en meubels maken of herstellen?
Rick: ‘Aan het begin zocht ik naar een allesomvattende definitie, totdat ik erachter kwam dat het er drie zijn. Op het raakvlak van duurzaamheid en circulariteit:
Het klinkt allemaal logisch en makkelijk, maar het is echt moeilijk om aan al deze drie randvoorwaarden tegelijkertijd te voldoen. En helaas heel erg makkelijk om het te verprutsen’.
Details maken het verschil voor het behalen van duurzaamheidsdoelen. Bijvoorbeeld voor het verschil tussen recyclen en verbranden als een meubelstuk echt aan het eind van de levensduur is gekomen. Bij recyclen blijven de materialen beschikbaar voor nieuwe toepassingen, terwijl bij verbranden de grondstoffen verloren gaan.
Wat is er nodig om de materialen te kunnen blijven hergebruiken? Rick licht dit toe aan de hand van de illustratie hieronder.
‘Links staat recyclen. Hier gaat het om kastjes van onbewerkt hout, van hout met een dunne laag vernis of van spaanplaat met een dunne laag melamine. Alle drie deze meubels hebben een bewezen lage vervuilende impact èn ze zijn bovendien op grote schaal goed te recyclen. Ook met kleine toevoegingen erin zoals spijkers, schroeven en houten details.
Rechts staat verbranden. Hier staat een meubel van MDF met HPL, een houten meubel met dikke laag verf en eentje met epoxy. Deze meubels hebben slechts een iets hogere maak-impact, maar… doordat ze niet ‘schoon en mono’ zijn, belanden ze zeker in de vuilverbranding.
Kleine details zoals metalen handvatten, giftige lijm, kit en plamuur zorgen er ook allemaal voor dat niet alleen dat ene detail, maar het hele meubel in de vuilverbranding belandt. Zo belandt bijvoorbeeld een biobased meubelstuk, met alle goede bedoelingen, door een klein beetje plamuur alsnog in de vuilverbranding.’
De Snelstartgids Circulaire Meubels biedt nu een overzichtelijke handleiding voor het kiezen van circulaire materialen en het ontwerpen van duurzame interieurs. Met deze gids kun je écht circulaire materialen onderscheiden van materialen die dat nét niet zijn. Help je mee om ‘afval van de toekomst’ te voorkomen?
Het voorkomen van afval, en daarmee milieuschade, steunt op drie pijlers die tegelijkertijd en in samenhang van belang zijn:
Allereerst is het belangrijk dat meubels een lage verborgen impact hebben. Dit betekent dat de grondstoffen, halffabricaten en alle componenten waaruit ze zijn opgebouwd, een kleine ecologische voetafdruk hebben.
Daarnaast moeten meubels een lange levensduur krijgen. Dat kan dankzij tijdloos en demontabel ontwerpen en eenvoud in onderhoud en reparatie.
Tot slot dienen meubels circulair te zijn. Dan kunnen ze aan het eind van hun bestaan gemakkelijk uit elkaar gehaald worden. Meubels en materialen die ‘schoon & mono’ zijn kunnen opnieuw gebruikt worden als geheel product, onderdeel, materiaal of grondstof.
Elk materiaal krijgt in de gids twee scores:
In de Snelstartgids staan de scores voor verborgen impact en circulariteit uitgewerkt in afbeeldingen en tekst, onder andere voor: onbehandeld hout, spaanplaat, timmerpanelen, multiplex panelen, biobased panelen, MDF-panelen, kartonnen panelen, kunststof panelen, werkbladen, gemodificeerd hout, metalen platen, meubelstofferingen, kussenvullingen, binnenwanden, vloerafwerkingen en meubelbeslag.